Reisverslag: vier dagen wandelen in IJsland (Laugavegur Trail)

IJsland stond al heeeeel lang op onze ellenlange ‘wishlist’ en afgelopen augustus was het ein-de-lijk zo ver. YES! Na wekenlang Insta te hebben doorzocht op mooie plaatjes van de Laugavegur trekking, konden we dit natuurschoon nu eindelijk zelf gaan bewonderen. In drie dagen tijd legden we 55 kilometer af door de IJslandse wildernis. Hoe ik dit heb ervaren? Je leest het in dit artikel.

Van Reykjavik naar Pórsmörk

Het is nog vroeg als we onze backpacks over onze schouders hijsen. We wandelen op ons gemak richting Reykjavik Campsite, zo’n 15-20 minuutjes wandelen vanaf ons hotel. Om 07.15 uur haalt de bus ons op en rijden we in 4,5 uur naar Pórsmörk: voor ons het beginpunt van de Laugavegur trekking. We checken in en krijgen een plekje toegewezen in een slaapzaal. Snel dumpen we onze spullen en maken we een eenvoudige lunch. Er is namelijk slecht weer op komst en we willen nog wat van de omgeving zien. Met een volle buik gaan we op pad en wandelen we naar de top van Valahnúkur (458m). Vanuit de top hebben we een prachtig 360° uitzicht over Pórsmörk. Niet voor niets noemen ze deze route ‘Pórsmörk Panorama’. Eenmaal boven begint het echter flink te waaien en de donkere wolken komen in een rap tempo onze kant op. We besluiten daarom terug te lopen en onze energie te sparen voor de dagen die nog volgen. Onze timing kon niet beter zijn, want eenmaal in de hut begint het te regenen en hagelen en daar stopte het de volgende uren ook niet meer mee.  De rest van de dag spelen we daarom kaartspelletjes, warmen we ons aan hete thee, kletsen we wat met andere wandelaars en maken we onze backpacks klaar voor ons echte wandelavontuur: de Laugavegur Trektocht.

Dag 1: Pórsmörk – Emstrur (14,5 km)

Na een redelijke nachtrust, zitten we de volgende ochtend al vroeg aan ons ontbijt. De zon schijnt, maar het is nog behoorlijk fris buiten. We pakken onze laatste spullen in, gespen de rugzakken stevig vast en dan is het eindelijk zo ver: de start van de Laugavegur Trektocht. De tocht begint rustig met een korte klim omhoog door een klein berkenbos. Tevens het eerste en laatste bos wat we tijdens onze trip zullen zien. Na zo’n uur wandelen hebben we een prachtig uitzicht over een rivier. Niet veel later blijkt dat we deze moeten doorwaden. Hup, wandelschoenen uit, waterschoenen aan. Wanneer we eenmaal een goede plek hebben gevonden voor het oversteken van de rivier (lees: hoe breder de rivier, hoe minder sterk de stroming), gespen we de rugzakken los en stappen we zelfverzekerd het water in. BRRRRR… KOUD! De stroming is sterk, de rivier breed en het water komt tot aan mijn knieën. Eenmaal aan de overkant trekken we zo snel mogelijk onze wandelschoenen weer aan, zodat we onze voeten weer kunnen warmlopen. Een heerlijk tintelend gevoel. In de uren die volgen lopen we door een prachtig grijs woestijnlandschap omringd met bergen die bekleed zijn met mos. We hebben fantastisch uitzicht op de groene bergen, een diepe canyon en genieten van de ruige natuur. Alsof dat nog niet genoeg is, hebben we na zo’n vijf uur wandelen prachtig uitzicht over een vallei in de buurt van Emstrur. Wauw. We lassen een korte pauze in om van het uitzicht te genieten. Niet veel later duikt het pad steil omlaag de Fremri-Emstruá kloof in. Het pad omlaag is niet alleen steil, maar ook nog eens smal en voorzien van staalkabels. Perfect voor mensen met hoogtevrees, not. Vriendlief gaat daarom voorop en loodst me door dit korte maar voor mij spannende traject. Eenmaal aan de overkant van de woest kolkende rivier, volgt een lange en steile klim door mul zand omhoog. Een heerlijke kuitenbijter. Na deze pittige klim zien we onze slaapplek voor de komende nacht liggen, de FÍ-hut in Ermstrur. De douches zijn heerlijk warm en de kamergenoten gezellig. Fijn! Na een heerlijke maaltijd (met chocolade als toetje) besluiten we om nog even naar de canyon iets verderop te wandelen, de moeite waard. Langzaam maar zeker begint het steeds harder te waaien en dus liggen we ook deze avond weer lekker vroeg in onze slaapzakken.

Dag 2: Emstrur – Álftavatn (16 km)

Rise and shine! Verrassend genoeg hebben we beide vrijwel geen last van spierpijn en beginnen we vol goede moed aan de tweede etappe van de Laugavegur trektocht. Het waait flink, maar gelukkig is het droog. Vanaf de hut in Emstrur klimmen we eerst een stuk steil omhoog, om vervolgens onze tocht voort te zetten door een grauwe, grijze woestijn. Het decor voor de uren die volgen, zo blijkt. De wind blaast recht in ons gezicht, maar gelukkig hebben we mutsen (en handschoenen) die ons heerlijk warm houden. We stappen stevig door en doorwaden de rivieren die op ons pad komen inmiddels als doorwinterde avonturiers. Vanaf het moment dat we de FÍ-hut in Hvanngil (een alternatieve overnachtingsmogelijkheid voor de hut in Álftavatn) bereiken, maakt het grijze, grauwe  landschap langzaam plaats voor de meest mooie kleuren groen. Het voelt bijna echt alsof hier feeën en trollen wonen, sprookjesachtig. De grazende schapen maken het tafereel compleet. Net voor we de hut in Álftavatn bereiken, komen we een groepje wandelaars tegen. Of we al hadden gehoord van de storm die op komst is? Ehm.. nee. Eenmaal in Álftavatn blijkt dat we twee opties hebben. Optie 1: vandaag nog doorlopen tot eindpunt Landmannalaugar (lees: nog zo’n 23 km door de bergen) of optie 2: 144 euro neertellen voor nog een extra nacht in Álftavatn. De warden is namelijk duidelijk: het is te gevaarlijk om morgen verder te lopen. We besluiten dat nog 23 kilometer lopen wellicht wat teveel van het goede is en besluiten daarom een extra dag door te brengen in Álftavatn. Achteraf een prima keuze.

Dag 3: Álftavatn (0 km)

De vallei is mistig, de wind raast met hoge snelheid langs de hut en de regen klettert hard tegen de ramen. Hallo storm. Naar het toilet gaan wordt zo lang mogelijk uitgesteld en is een hele onderneming op zich. De wind bereikt snelheden tot zo’n 120/130 kilometer per uur en dat maakt lopen over de vlonders een beste uitdaging. Met nog 32 lotgenoten brengen we de dag  al etend, slapend en kaartend door in een veel te kleine hut. Iedere vierkante meter wordt benut om natte jassen, broeken en schoenen te laten drogen, met als resultaat dat de hut met de minuut vochtiger wordt. Precies zoals voorspeld gaat de wind tegen de avond liggen en niet veel later stopt het ook met regenen. Fijn! Na het avondeten (pannenkoeken!), pakken we onze backpacks alvast in en leggen we alle spullen klaar voor morgen. Er staan namelijk maar liefst 23 kilometer op de planning en dat betekent vroeg opstaan..

Dag 4: Álftavatn – Hrafntinnusker – Landmannalaugar (23 km)

Het is 04.30 uur als de wekker gaat.  We pakken snel onze spullen, maken ons ontbijt klaar en iets na vijf uur zijn we klaar voor de start van onze laatste dag van de Laugavegur trektocht. We zijn nog geen half uur onderweg als een rivier onze weg versperd. De rivier is overal even smal en door de vele regen staat het water hoog. Dat maakt het doorwaden van de rivier lastig. Nadat we ook deze rivier heelhuids zijn overgestoken, klimt het pad steil en zigzaggend omhoog. Tijdens de adempauzes genieten we van een prachtig uitzicht. Het zonnetje weet af en toe door de wolken heen te breken en dat werpt een prachtige gouden gloed over de vallei. Bijzonder. Zodra we het plateau bereiken, zien we niets anders dan sneeuw en warmwaterbronnen die zachtjes stoom uitblazen. En dan bedoel ik dus ook echt niets anders. Door de storm en sneeuw zijn de markeringen van de tocht niet meer te zien. Oeps.. en nu? Met behulp van onze kaart en GPS navigeren we door de diepe sneeuw. En dat is met bepakking op de rug nog niet zo eenvoudig. Het lijkt wel alsof we bij iedere pas voorwaarts er weer twee achteruit gaan en sommige stukken zijn zo steil dat we weer terug naar beneden glijden. Wanneer we ons een weg banen over een steile bergkam, zakt de moed me langzaam in de schoenen. Ik ben bang, heb natte voeten en alsof dat nog niet genoeg is, kijken we uit op een diepe afgrond en is er nog steeds geen paaltje te bekennen. Wanneer ik dan ook nog eens uitglijdt en met mijn elleboog op een puntige rots terechtkom, daalt mijn humeur tot onder het vriespunt en sjok ik mokkend achter mijn vriend aan. En dan, uit het niets.. is daar eindelijk dat paaltje waar we (voor mijn gevoel) al uren naar op zoek zijn. *OK, dramamodus uit* We laten die verdomde berg gelukkig achter ons en slingeren verder door een vallei die ons naar Hrafntinnusker brengt. Bergje op, bergje af.. Dat laatste doen we vooral glijdend.. Eenmaal bij Hrafntinnusker houden we een korte pitstop. Omdat we niet weten hoelang we nog door de sneeuw moeten lopen, besluiten we de vaart erin te houden. Na een korte klim bereiken we het hoogste punt van de route (1110 meter) en dat betekent ook het einde van ploeteren door de sneeuw. Yes, lucky me! Op af en toe een sneeuwveld na, is het pad makkelijk te volgen. We dalen af door prachtige lavavelden, zien krachtige (en luidruchtige) warmwaterbronnen en de kleurenpracht van de bergen is met geen pen te beschrijven. Groen, paars, rood, blauw, grijs… alle kleuren passeren de revue. Het doet me de barre tocht van eerder deze ochtend vrijwel meteen vergeten. De laatste kilometers hebben we prachtig uitzicht op de vallei bij Landmannalaugar. Bizar hoe mooi en overweldigend de natuur hier is. En dan, duikt daar na 55 kilometer ineens de laatste hut voor ons op. We hebben ons eindpunt bereikt. We zijn ruim op tijd voor de bus en besluiten daarom onze spieren nog even te verwennen met een duik in een natuurlijk warmwaterbad. En terwijl we ronddobberen in het warme water, zijn we het over één ding meer dan eens: dit is de perfecte afsluiter van een méér dan perfecte tocht. We love IJsland!

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.